lamlash_208

De Lamlash

Het verhaal begint in de Engelse wateren, in Weymouth – Dorset, aan de zuidwestkust van het Verenigd Koninkrijk. Hier ligt het stoere schip de Lamlash aan de kaai, vernoemd naar het vissersplaatsje op het Isle Of Arran, voor de kust van Glasgow.

In 1973 gebouwd op de werf van Richard Dunston Ltd. in Thorne Yorkshire. Een fleettender, zeg maar bevoorradingsschip, voor de Royal Navy, in de Clovelly Class, lang 79 ft (23,7 mtr) metend 140 ton.

Op deze dame heeft, schipper in spe, Hans zijn oog laten vallen. De eerste stap om zijn droom (het zoeken naar schatten op de zeebodem, jawel!) te verwezelijken, is gezet. Maar hoe krijg je zo’n schip nou in ‘eigen’ wateren ? Varen natuurlijk, maar dan heb je wel bemanning nodig!
Nou, dan ben je bij OVH aan het goede adres. De vereniging barst van de mannen die in hun dromen, bij ‘beroep’ kwijlend ‘avonturier’ hebben ingevuld, als ze bij Appie Heyn de oplossing van de Efteling-rebus in de bus laten vallen.

Het vertrek uit Weymouth staat geroosterd voor maandag 13 juli in de namiddag bij laag water. De diverse reismogelijkheden worden bekeken; vliegen, treinen of met de auto, “we vertrekken pas als iedereen er is” luidt de geruststellende boodschap. Hans, Sijtze en Robin vertrekken al op vrijdagmiddag met de Jeep en een 24-persoons reddingsvlot op het dak. Er is veel animo om ook ruim van tevoren af te reizen, maar de eigenaar heeft ter gelegenheid van de Weymouth’se havenfeesten alle hutten in de verhuur, en we kunnen pas maandag aan boord.

De tweede groep vertrekt daarom pas zondagochtend om 8 uur; Martijn met vader Henk (een voormalig scheepskok), Cees, Ronald en Rinus nemen de Highspeed Eurostar van Brussel naar Londen-St Pancras, vandaar met de Tube naar Waterloo station, en verder met de stoptrein naar Weymouth.Er is veel discussie over de treintarieven, ze lijken onderhevig aan een soort van marktwerking. De ticket naar Londen kost nu eens €101, dan weer €141 of zelfs €161, maar €50 is ook mogelijk; Ronald zegt het niet te pikken en zal bij terugkomst de zaak wel eens bij Neelie Kroes aankaarten.

Vanaf Londen wordt het nog leuker; Rinus en Ronald hebben al een reservering gedaan voor de rest van het traject (£52,-), maar helaas moeten zij eerst hun kaartjes op gaan halen aan de verkeerde zijde van het station. De London-tube baart hen toch wel wat zorgen, dus zij speren er vandoor om hun aansluiting niet te missen; die zijn we meteen kwijt.Met ons drieën doen we rustig aan, desnoods nemen we een trein later. Martijn heeft ervaring in de subway en soepel loodst hij ons naar de kaartautomaten; creditcard erin, hup 3 kaartjes, hé nu zijn er nog maar 2; nog 1 erbij, hé nou heb ik er opeens 4 !Naar de gates, erdoor, waar blijft Martijn?, andere kaartje!, ja hij doet het, roltrappen, gangetjes door, daar is onze metro, rijden maar, 3 stops en eruit, gang links, gang rechts, daar is onze aansluiting, rijden maar, 4e stop eruit, nog meer gangen, roltrappen en de gates naar Waterloo, erdoor, waar blijft Martijn?, andere kaartje!, ja hij doet het, he he, we zijn er, ruim op tijd voor de geplande aansluiting.

Op Waterloo-station lopen we voorbij de kaartjesautomaten en besluiten in de English-queue aan te sluiten voor het loket (kunnen we gelijk naar de dienstregeling vragen, want daar doen ze hier niet aan, lijkt het). Geduldig schuiven we op in de rij, met elk £50,- in onze knuistjes, de ritprijs volgens internet. We bestellen 3 enkeltjes Weymouth en leggen de £150,- neer voor de beambte. Deze telt 3 kaartjes neer en bij elk kaartje £18,- retour. Stomverbaasd nemen wij deze meevaller tot ons, het blijkt dat wij drieën een groep zijn en derhalve gereduceerd tarief hebben. Nog meer brandstof voor Ronald voor zijn tête a tête met Neelie.

Voor de perrons wachten we tot het display met de trein naar Weymouth een perronnummer krijgt toegewezen. Dit gebeurt hier blijkbaar pas zo’n 25 minuten voor vertrek. Ja, daar staat ineens het nummer, naar de gates, erdoor, waar blijft Martijn?, het poortje werkt niet, volgende dan, tas past niet, overdwars, en ja we zijn erdoor. We zoeken een plekje in het 3e treinstel, want de achterste 5 wagons worden in Bournemouth afgekoppeld; het is rustig en we hebben een mooie plek met 2 tafels en stoelen tegenover elkaar. Maar waar zijn Ronald en Rinus, er zijn nog 5 minuten voor vertrek. Dan komen ze langslopen, we tikken op het raam en als 2 doorgewinterde bordeelsluipers schieten ze meteen naar binnen. Ze hebben al flink aan het bier gezeten, zeggen ze, en aan hun rode hoofden te zien zou dat best kunnen kloppen. Wanneer wij vertellen van onze groepskorting worden zij nog roder en vooral Ronald krijgt het te kwaad (we moeten Neelie toch maar van tevoren even waarschuwen).

De reis verloopt voorspoedig en we genieten van het Engelse landschap. Om 17:00 uur Engelse tijd rijden we Weymouth binnen. Bij de uitgang staat Robin al te wachten met de Jeep; met passen en meten kunnen we er allemaal in en rijden we naar de haven voor onze kennismaking met HMS Lamlash. Het is nog redelijk druk aan boord, maar het havenfeest is al afgelopen, en men is bezig met opruimen. Het blijkt dat een aantal van de gasten ook al vertrekt en dat we dus waarschijnlijk toch aan boord kunnen slapen. Alweer een meevaller; Martijn belt snel naar huis, zodat zijn vrouw een mailtje kan sturen naar de B&B, 100 meter verderop, dat ze niet komen vanwege een plotseling opgekomen huppequlukkus.

We krijgen meteen de grand-tour van Hans en een koel biertje en voelen ons direkt helemaal thuis. Rinus en Ronald slapen deze nacht in het Rembrandt hotel (ook al gereserveerd; hoe schrijf je ‘visie’ in het Engels?), de rest zoekt een plaatsje aan boord. Vanavond gaan we passagieren aan de wal om een hapje te eten, Hans weet een goeie tent. Het is een gezellig plaatsje, met rondom de haven tal van kroegen, restaurants en bars. We slenteren in de zwoele avondbries door het stadje; bij het restaurant gekomen blijkt dat er vanavond een ’very good band’ zal spelen voor charity, of we maar 8 x £5,- willen neertellen. Wij leggen nog uit: we komen alleen om te eten, niet voor de muziek. Twijfel slaat toe bij de dappere charityworkers, Hans biedt £20,- aan, ‘for the whole group’ en we mogen doorlopen.

Een tafel is snel gevonden, alleen het bier laat op zich wachten. Het systeem is bestellen aan de bar en dan wordt het bezorgd; tenminste als ze je niet vergeten. Na wat heen en weer geloop krijgen we toch onze heerlijke biertjes, meteen 8 maal het duurste gerecht van de kaart besteld(£8,-) voor de mixed grill op advies van Hans. Tijdens het eten begint plotseling de band te spelen. Het geluidsniveau is hoog genoeg om het geknaag van je buurman te overstemmen, dus niemand hoeft zich in te houden. Voor de meeste van ons als stevige eters ruim voldoende, en alles wat over is gaat op Robin z’n bord. Verzadigd en voldaan verlaten we het etablissement, waar de band nog steeds zijn uiterste best doet om onze konversatie te verstoren.

Buiten gaan we op zoek naar een bar voor een lekker biertje en een biljartje, of snooker zoals ze hier zeggen. De eigenaar van deze tent vindt het spelletje blijkbaar te makkelijk en heeft daarom op de hoeken wat extra pilaren neergezet. Het merkwaardig fenomeen doet zich voor dat mensen die nog nooit een keu hebben aangeraakt, de moeilijkste ballen weten te potten. Zo zie je maar dat bij zo’n inspirerend reisje sommige mensen boven zichzelf uitgroeien. De meeste van ons gaan naar hun kooi, met z’n drieën besluiten we nog een afzakkertje te nemen in het kleine kroegje naast de brug. Al snel hebben we een gouden pint voor ons op de bar. Achter de bar een jonge meid met wilde rode krullen, informeert bij Sijtze waarom zijn zoon gisteravond zo naar haar zat te kijken. Zij doelt blijkbaar op Robin, waarop Sijtze haar begint uit te leggen dat hij nog niet zo oud is als zij denkt dat hij er uit ziet; hij voegt er nog aan toe, dat Robin’s belangstelling vooral uitging naar haar nagelbijten; she is not amused.

Even later probeert zij het nog eens, waar wij denken dat ze vandaan komt? Volgens ons moet dat Ierland of Schotland zijn, gezien haar rode haar. We krijgen een clue : Central Europe. We proberen, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italie, Denemarken, en schuiven langzaam op richting Oosten; Polen, Joegoslavie, Tjechië. We worden warm, het blijkt Slowakije. Martijn legt haar uit dat dit echt niet Central Europe meer is maar Oost. She is again not amused, en voor ons lijkt het de hoogste tijd om ook onze kooi op te zoeken. De weg naar huis is snel gevonden, aan boord heerst diepe rust. We kruipen snel in onze kooien, morgen vroeg op, er is nog veel werk te doen.

De volgende ochtend ben ik vroeg wakker, goed geslapen, in de kapiteinshut nog wel; Hans prefereerde een plekje in het vooronder, bij zijn mannen! Het is een uur of acht. Aan de wal is douchegelegenheid in het havenkantoor; goed geregeld, een ieder die in de haven verblijft mag hier gebruik van maken (onthouden!, voor als je hier nog eens komt, de ‘sesam open u’ code is “L”, oftewel de paardensprong door het midden). Bij terugkeer is rest van de bemanning ook tot leven gekomen, en gaan we voor de ‘echte zeeman’s-test naar de haven-bistro voor een tipical English breakfast. Door velen verguisd, maar door de onzen dapper verorberd; de spiegeleieren, speklapjes, paddestoelen of witte bonen ?, worstjes en toast in een badje van braadolie (eerste persing), vergezeld van een heerlijke jus d’orange of een verrassende bak oploskoffie.

Terug aan boord blijkt dat dit modellen-ontbijtje goed is voor de werklust; iedereen zoekt klus. Er staat nog allerlei spul van de ‘vorige’ eigenaar, Grahame Knott. Een mooie gelegenheid voor Hans om de hydraulische kraan op het voordek uit te proberen. Hans is in zijn element, en na een uurtje staat al het zware spul op de steiger.

Het hele schip wordt opgeruimd; alle beddegoed naar de wasserette, het dek moet schoon, alle touwwerk moet opgeschoten worden (“rechtsom” zegt Sijtze,”anders kinkt ie en ligt je arm eraf “). Vrieskist gevonden in een hut, die is broodnodig voor onze voedselvoorraad en als bierkoeler; kist en hut stinken afgrijselijk naar vis, soppen maar, hoge drukspuit erop, hij blijft stinken; later nog maar eens soppen met azijn, dat werkt!

Hans, Martijn en Henk gaan boodschappen doen voor 12 man voor 3 dagen; Ronald en Rinus gaan de bank demonteren, want er moet ruimte komen voor de Jeep. Er is zelfs een stofzuiger aan boord!, mijn hemel, dat lijkt mij nou typisch een apparaat dat vóór de laatste emancipatiegolf, never-nooit aan boord mocht; desalniettemin komt hij goed van pas. Rond het middaguur is alles spik en span en is de voorraad gestouwd. De Lamlash moet verlegd worden naar een andere kade, zodat de kraan de auto aan boord kan zetten; goeie oefening in manoevreren voor Sijtze en Hans

Contact met de derde groep, Fred, Ron, Kees en Piet liggen op schema, hun trein zal om een uur of drie aankomen. Robin haalt ze op met de Jeep; bij aankomst worden ze als ‘oude vrienden’ welkom geheten en kan het hijsspektakel beginnen; zal de kraan de Jeep kunnen tillen op maximale reikwijdte?

Gespannen kijkt iedereen toe als Hans de kabel strak zet; het schip helt iets overlangs en de auto komt los van de kaai; ja, het lijkt te houden; nu draaien met de kraan en met de auto; de achterkant van de Jeep komt tegen de hijsarm; nog draaien, beetje omhoog; het lijkt even of de kraan slipt; nu met 2 wielen op de kaai en 2 in de lucht; als hij nu breekt gaat ie dwars door het dek; ja, nog een stukje en dan komen de voorwielen voorbij de kademuur en zakt de Jeep keurig op zijn plaats op het voordek. Applaus en gejuich van bemanning en het talrijk toegestroomde publiek op de kade.

We kunnen vertrekken!

Het is 17:30 (Nederlandse tijd) en de trossen kunnen los. Grahame is zojuist aan boord gekomen om ons weg te brengen, en onderweg zijn vaarkennis en de bediening van alle apparaten en machines over te dragen aan de nieuwe schipper. Hij zal meevaren tot Newhaven, en vandaar maken we op eigen houtje de oversteek over het Kanaal. De wind staat bakstag, ZuidWest, kracht 3 a 4, en er staat weinig deining gelukkig; ziet er goed uit voor de mindere zeebenen onder ons, en dan vooral voor ondergetekende.

Gelijk bedenk ik me dat ik vergeten ben de meegebrachte Scopoderm-zeeziektepleister achter het oor te plakken; dat had ik vanmorgen al moeten doen aangezien het 6 tot 15 uur duurt voor het spul begint te werken. Het is nu toch al te laat dus maar aanzien waar het schip strandt. Het weer is prima, en iedereen geniet van de tocht. Ondanks de goede omstandigheden begint na een uurtje varen toch mijn evenwichtsorgaan verkeerde signalen over de horizon door te geven, wat zich uit in een brak gevoel. Uit voorzorg meld ik mij vast bij Henk af voor het avondeten, pasta met rauwe zalm, maar voeg daar nog optimistisch aan toe vooral mijn portie te bewaren tot ik vanacht weer opgeknapt ben.

Even diep ademhalen en snel naar mijn benedendekse hut om de pleister op te halen. Weer aan dek gekomen, installeer ik mij strategisch in het gangboord aan leizijde om mijn pleister achter het oor te plakken en de verdere ontwikkelingen af te wachten. Ron komt langs met een big smile; hij is ook een patient maar heeft wel op tijd geplakt, achter zijn enkel, en zo te zien werkt het bij hem. Zo zit ik daar uren, turend naar de Engelse kust in de avondschemering. Afgezien van het beroerde gevoel en de regelmatig terugkerende oprispingen, geniet ik enorm van de reis.

Regelmatig komt er bezoek langs; kokkie Henk, “wil je wat eten?” glaasje water en droog brood; Hans met z’n huisapotheek, “neem dit pilletje nou maar, helpt gegarandeerd, neem ik zelf ook”; Ronald, “ben je er nog”, elke keer schrik ik wakker, nou oppassen, hij wil me vastbinden voor het geval ik over de reling ga. Allemaal bedankt voor de zorg. Tegen een uur of drie ‘s nachts voel ik mij eigenlijk redelijk goed. Hans komt langs om weer 1 van zijn pilletjes te slijten, deze keer op homeopatische basis. Ik krijg het trouwens koud en wil naar bed. Van Hans mag ik in de kombuis gaan liggen. Dit is de beste plek op het schip en dankbaar val ik in slaap. Om 06:30 ben ik alweer wakker, en gelukkig voel ik mij prima.

Ik ga aan dek, het weer is ons nog steeds goed gezind. We zijn flink opgeschoten, de snelheid is boven verwachting, wel 11 knopen hoor ik. Toen ik lag te slapen, hebben we Newhaven aangedaan om Grahame van boord te laten; dat moet een emotioneel moment geweest zijn. Aan bakboordzijde verdwijnen de witte krijtrotsen in de verte, we zijn aan de oversteek van Het Kanaal begonnen; we steken dwars over, richting de Franse kust, Cap Griz Nez.

12:15 , Schip aan stuurboord komt recht op ons af; het is een snel scherp schip, marine-grijs, en het vaart een cirkel om ons heen; het is de Franse douane. “Alo”, “alo”, via de radio komt de opdracht vaart te minderen en op een ander kanaal over te schakelen. In de stuurhut is de beheersing van het Frengels nog niet ‘je dat’, en we verliezen contact. Dit, en het feit dat we geen vlag voeren, komt dermate verdacht over bij de douaniers dat zij besluiten om poolshoogte te gaan nemen; een rubberboot wordt uitgezet.

Als zij op ons af varen denk ik: dit kan niet waar zijn, dit is theater. Hans laat niets achterwege om het ons naar de zin te maken, en heeft voor wat entertaiment gezorgd. Zoals sommigen van jullie misschien wel weten heeft Hans relaties in de filmwereld; zo verschafte hij al vele auto’s, een klassieke woonwagen en zelfs een helikopter voor allerlei stuntwerk voor diverse TV-series. Kennen jullie ze nog, de jongens van Hammie de Beukelaer, die in 1970 furore maakten in ons vaderlandse ridderepos Floris; nou, dat zijn Hans z’n vrienden, en die komen nu op ons af varen voor een practical joke.

Even later klimmen aan leizijde 4 douaniers aan boord, bewapend; de vijfde blijft rondjes varen en inspecteert de scheepshuid van de Lamlash op overboord hangende ‘handel’. We krijgen een grote beurt; paspoorten inleveren, alle scheepstekeningen, eigendoms-papieren enz.; alle afmetingen worden gecontroleerd, op zoek naar geheime ruimtes. We vermaken ons best met de ‘Franse’ speurneuzen, die zich moeten voelen als een Volendamse palingvisser in een bus Japanners; het zijn jongens van in de twintig, die waarschijnlijk net hun opleiding hebben afgerond en van hun baas maar eens lekker moeten oefenen op deze schuit, die qua naam wel veel weg heeft van de kotter Lammie, die in ’74 nog zo’n mooie vangst opleverde.

Na anderhalf uur vergeefs zoeken, geven de mannen het op. De rubberboot komt weer langszij, en omdat we inmiddels goede vrienden zijn geworden, zijn ze zelfs bereid om foto´s te maken van een varende Lamlash op volle zee; bedankt, de foto’s zijn heel leuk geworden. Als zij terugvaren naar het moederschip, applaudiseer ik zachtjes, ik moet zeggen dat ze het heel goed gedaan hebben, net echt. Effe opletten allemaal, binnenkort figureert de Lamlash in een spannende politieserie. Maar Hans, je haalt het niet in je hoofd om haar te laten afzinken!; en doe je dat toch, dan is die patrijspoort met het schuifraam in de kombuis aan stuurboordzijde van mij, want daar heb ik een bijzondere band mee.

Met volle kracht vervolgen wij onze reis, koers NW richting IJmuiden; zoals het er nu uit ziet zullen we al op de woensdagochtend aankomen in plaats van tegen de avond. Het weer blijft maar goed en de sfeer aan boord is prima, eens even kijken of er nog wat hulp nodig is in de kombuis; op het menu staat aardappelen met kool en bal gehakt. Henk heeft z’n handen vol in de kombuis, het valt niet mee om voor 12 man een goede maaltijd voor te zetten, maar hij heeft z’n zaakjes prima voor elkaar; van mij krijgt hij een ster. Het blijkt een ieder goed te smaken en de meesten scheppen nog een keer op voor de tweede ronde.

Als alles is afgeruimd en afgewassen kunnen we aan dek genieten van de invallende schemering. Tegen achten naderen we rede van Antwerpen waar tientallen schepen buitengaats voor anker liggen te wachten op een nieuwe vracht. Enige uren later hetzelfde beeld bij Rotterdam; het is kennelijk voordelig om buitengaats te wachten en te besparen op de hoge havengelden. De hele nacht varen we door en de volgende stralende ochtend komt IJmuiden in zicht. Om 08:15 varen we langs de kop van de Zuidpier, de reis is volbracht.

Bij de jachthaven, op de ‘Oude Kop’ staat al een ontvangstcommitee te zwaaien, maar eerst moet worden aangelegd in de vissershaven om de Jeep van boord te hijsen. Dit gaat inmiddels geroutineerd en meteen wordt weer losgegooid om naar de Marina te varen. Hier weet men niet direkt raad met het grote schip en na wat oefenen met afmeren tegen de wind in, krijgen we uiteindelijk een plek langs de zware meerpalen, aan dezelfde steiger als de Osmani van de familie Bolderdijk.

Omdat we zo ver voor zijn op schema wordt besloten om het schip nog een grote beurt te geven met de hogedrukspuit en alles netjes op te ruimen. De geplande avondmaaltijd wordt een lunch, en Henk mag nog één keer z’n mouwen opstropen voor zijn nasi-speciaal. Alles wat er over is wordt erin verwerkt en het resultaat is wederom voortreffelijk.

Tegen een uur of twee is het gedaan en arriveren de eerste ophalers voor de terugreis naar Haarlem.

Hans, gefeliciteerd met je prachtige schip en bedankt voor de boeiende reis.

Cees

Ps : Zie ook deze site www.theshipwreckproject.com

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Willekeurige foto's
(5 views)
(4 views)
Recente opmerkingen
Hoogendijk Hansals het weer meewerkt zijn we hier volgende week v...
Hoogendijk Hansga het proberen...
Hoogendijk Hansals ik dit weer eens lees dan doen we alles . alle...
Hoogendijk Hanszitten vol, waait nog als de klere hier let o...
Hoogendijk Hanswaait echt te hard helaas...
Hoogendijk Hansin portugal?...
Hoogendijk Hansja roel, dan duiken we ook. crew only...
Hoogendijk Hansja roel, dan duiken we ook in die weken, crew only...
het seizoen loot van begin mei tot begin november....
Hoogendijk Hansmaakt niet uit roel, hans zit dit weekend op de mo...
Vrienden die online zijn
Users: 3 Guests, 1 Bot
Website archief